Home Groene Nationalisten
Groene Nationalisten

 

De ware wortels van het dieren- en milieuactivisme

 

In onze huidige maatschappij wordt het thema milieu en natuur bijna standaard aan “linkse” groeperingen toegeschreven. Hedendaagse milieu- en dierenactivisten zijn van mening dat dierenrechten en het milieu onlosmakelijk verbonden zijn met mensen rechten ergo dit is dus niet verenigbaar met het “rechtse racisme”. Het is zeker verwonderlijk te noemen dat men zich niet bewust is van de nationaal socialistische wortels van het “radicale groene denken”.

 

De oorsprong van het “radicale groene denken” vinden we in de negentiende eeuw.

In deze periode zien we de eerste dierenbeschermingsverenigingen ontstaan in verscheidene landen en de eerste aanzet naar een andere houding jegens dieren in nationale / lokale wetgevingen te bepalen. Eigenaardig is wel dat de wettelijke vertaling van dit denken in eerste instantie niet zozeer ontstaan is uit een nieuw moreel perspectief ten opzichte van dieren en het milieu, maar eerder ingegeven lijkt vanuit kantiaanse opvattingen. (Naar de ideeën van Immanuel Kant een Duitse filosoof ten tijde van de verlichting) Men ging er van uit dat wreedheid jegens dieren kon leiden tot wreedheid jegens mensen. Deze wetgevingen kwamen voort uit een paternalistische opvoedingsmoraal, niet zozeer uit echte betrokkenheid met het leed dat dieren berokkend werd. In eerste instantie werden alleen de “dieronvriendelijke praktijken” van de zogenoemde “lagere klassen” aangepakt en de niet diervriendelijke activiteiten van de “hogere klassen” weinig tot niet beperkt. Men was de mening toegedaan dat de gesofisticeerde rijke klasse zich niet zou verlagen tot banaliteiten en wreedheden jegens andere mensen. De algehele flora en fauna waren in deze tijd en visie ondergeschikt aan de mens en is alleen bedoelt om de mens te dienen. Het zogeheten antropocentrische denken.

 

De Duitse filosoof Ludwig Klages (1872-1956) moet zeker genoemd worden als we het hebben over de geschiedenis van het “radicale groene denken”. Hij schreef anno 1913 het tot op de dag van vandaag toonaangevend essay: “Mensch und erde”. Hij hekelde hierin het kappen van oerbossen, de verfoeilijke behandeling van slachtvee als uitsluitend handelswaar, het uitroeien van planten- en diersoorten, de verstedelijking en de neerslag van industrieel roet. Meer in het algemeen de teloorgang van de (ongerepte) natuur. Allemaal onderwerpen die tot op heden nog steeds actueel te noemen zijn. De diepgewortelde gronden die Klages aanwijst als oorzaak (Te weten; De vooruitgang, wetenschap en de techniek. Dit ras gevolgd door het consumentisme en het “nutsdenken”.) van de rampspoed die onze natuur treft maakt hem tot de voorganger van de hedendaagse “milieuradicalen”. De volgens Klages algehele ecologische ramp die ons hierdoor te wachten staat kon naar zijn mening alleen gekeerd worden door een net zo allesomvattend radicaal verzet. Verzet tegen de economische vooruitgang, de burgerlijke samenleving, democratie, de techniek en tegen het individualisme.

De conservatieve cultuurkritiek van Klages vond in het begin van de twintiger jaren veel weerklank onder de Duitse Jeugdbeweging (namelijk; Wandervogel deze zal later volledig opgaan in de nationaal-socialistische beweging) Klages werd een van de meest invloedrijke ideologen binnen de aanvang van het Derde Rijk.

 

De Nationaal Socialistische opvattingen omtrent de bescherming van dieren was niet vergelijkbaar met het tot op dan heersende antropocentrisch perspectief. Binnen de NSDAP was men van mening dat dieren beschermd moesten worden in hun eigen belang in plaats van in het belang van de mens. Binnen het Nationaal-socialistische Duitsland bestond er grote steun voor het dierenwelzijn en de natuur zo ook bij vele leiders binnen de NSDAP. Zo was luchtmachtchef Hermann Göring een groot dierenvriend, een voorstander van natuurbehoud en voor een verbod op vivisectie. De leider van de SS Heinrich Himmler bezat een eco-boerderij. Adolf Hitler zelf was (een enkele uitzondering daargelaten) vegetariër, natuur- en dierenliefhebber, sinds het begin van zijn politieke carrière geheelonthouder en aanhanger van de homeopathie. De NSDAP nam dan ook diverse maatregelen om de bescherming van dieren en de natuur te waarborgen. De Nationaal Socialisten waren actieve natuurbeschermers;

*Ze steunden de biologisch-dynamische landbouw en richtten divers Nationale Parken op. *Soortenbescherming en dierenwelzijn vond men van zeer groot belang.

*De NSDAP voerde campagne om mensen gezonder te laten eten en daarbij meer streekproducten (van het betreffende seizoen) te gebruiken.

*Het slachten van dieren werd gereguleerd en de jacht kreeg strenge beperkingen opgelegd. *Een van de eerste daden van Hitler, zodra hij aan de macht kwam, was een verbod instellen op het levend koken van kreeften en krabben.

*Spoedig volgde een verbod op vivisectie.

*Er werd vastgelegd in de wet dat het gebruik van dieren, in bijvoorbeeld films of openbare evenementen, waarbij het betreffende dier pijn of schade aan de gezondheid op kon leveren verboden was.

*Het vervoer van dieren werd aan banden gelegd.

*Het gedwongen voeren van gevogelte en het afhakken van kikkerbilletjes van levende kikkers werd verboden.

*Er werd eveneens een verbodsbepaling aangenomen betreffende het slachten van levende vissen en koudbloedigen.

*Ook herbebossen en de bescherming van miljoenen bomen was voor de NSDAP belangrijk.

Zo zijn er nog vele voorbeelden van wetten en bepalingen die het welzijn van de natuur en het milieu moesten waarborgen. Dierenbescherming werd zelfs een erkend lesonderwerp op lagere, middelbare en hogere scholen.

Het is mede door dit alles niet zo verwonderlijk dat de milieuwetten onder het bewind van de NSDAP tot de meest omvangrijke ooit behoorden. Een beleid dat tot op heden niet is geëvenaard door welke natie of bewind dan ook. Zelfs tot op de dag van vandaag is er betreffende dierenwelzijns wetgeving in verscheidene landen, zoals Duitsland, nog de invloed van het nationaal socialisme terug te vinden. Al zullen de betreffende landen en regeringen dit natuurlijk nooit erkennen.

 

Oprechte dierenrechten- en milieuactivisten zouden hun hart ophalen bij een partij die een zodanig uitgebreide wetgeving in het belang van dieren en het milieu er op na houdt. Maar omdat het in deze gaat over de NSDAP van Hitler wordt dit bij voorbaat gedemoniseerd. Toch vind je in de geschiedenis van het “radicale groene denken” geen of weinig “linkse” wortels. Binnen het linkse politieke spectrum werd de natuur tot ver in de jaren vijftig puur gezien als een reservoir van gebruiksobjecten die in dienst stond van de mens. De heersende opvatting was dat de natuur er voor de mens was en die daar alleen maar consciëntieus mee om diende te gaan. Karl Marx ging halverwege de negentiende eeuw hier nog veel verder in. Hij bejubelde de exploitatie van de natuur zelfs. Volgens Marx betekende de emancipatie van de mens aanvankelijk de onderwerping van de natuur. Dit is iets wat binnen het “linkse” communistische bewind flink doorgevoerd werd. Wat inhield dat er onder het communisme totaal geen respect voor de natuur was en ook niet noodzakelijk geacht werd. Anno de zestiger jaren komt het milieu en aanverwante onderwerpen steeds meer in de belangstelling te staan wereldwijd waarbij het langzamerhand steeds meer gezien werd als een “links” onderwerp. Alleen is men hiermee weer terug bij af en heeft het antropocentrische perspectief weer terug zijn intrede gedaan. Het gaat wederom meer om de toekomst van de mens in een verpest milieu dan dat het gaat om de natuur als een individueel op zichzelf staand fenomeen.

VFN/GN

 

 

Biotechnologiebedrijf Monsanto

Heden ten dage hebben de oligarchieën van multinationals een macht die ontzaglijk groter is dan enig president, koning, keizer of paus ooit tot zijn beschikking heeft gehad.

Monsanto is 1 van deze multinationals.

 

Monsanto is een van origine chemiebedrijf dat zijn oorsprong vindt in Amerika. Het werd in 1901 opgericht en in den beginselen richtte het bedrijf zich op de vervaardiging van de zoetstof sacharine met als voornaamste afnemer Coca Cola. In de jaren die volgden heeft dit zich uitgebreid tot tal van producten binnen de voedingsindustrie. Monsanto heeft momenteel een algehele monopolie op het gebied van de handel in genetisch gemodificeerde zaden.

 

Ze zijn al jaren bezig om geleidelijk door middel van patenten, ontwikkelingen, samenwerkingsverbanden (met andere multinationals zoals Bayer, Merck, SmithKline en BASF), al dan niet vijandelijke overnames, concurrentie uitschakelen, de juiste mensen op topposities binnen de politiek te plaatsen en rechtszaken zijn macht op alle gebieden binnen de voedselindustrie te laten gelden.

Wie de voedingsindustrie beheerst, beheerst de hele wereld!

 

Monsanto is vooral bekend geworden door het bestrijdingsmiddel RoundUp, een pesticide dat al wat leeft in het besproeide gedeelte laat afsterven. Om te zorgen dat gewassen wel bestand zijn tegen de toxiciteit van RoundUp heeft Monsanto meerdere gewassen genetisch gemanipuleerd zodat zij resistent zijn tegen RoundUp. Het gebruik van genetisch gemanipuleerde zaden is al sinds deze op de markt verschenen omstreden; het is nooit definitief vastgesteld dat het (indirect) consumeren van genetisch gemodificeerd voedsel geen “schade” veroorzaakt aan het menselijk lichaam.

 

Het bedrijf beweert wel dat genetisch gemanipuleerd gewassen veilig zijn maar berichten van overal ter wereld waar het zaad gebruikt wordt en de uiteindelijke producten hiervan (indirect) geconsumeerd worden, tonen aan dat ziektes en allergieën de kop opsteken onder de lokale bevolking. Dieren die de gewassen als voer kregen ontwikkelden vruchtbaarheidsstoornissen. Of dat dit hetzelfde effect heeft op mensen is nooit objectief, zorgvuldig en afdoende onderzocht.

Monsanto is ook de producent van het in de Vietnam oorlog veel gebruikte Agent Orange, een zeer toxisch ontbladeringsmiddel dat vele ziektes veroorzaakt bij mensen in de nabije omgeving van het besproeide gebied; zoals spina bifida bij kinderen, de ziekte van Hodgkin verschillende soorten kanker in de luchtwegen en ga zo nog maar even door.

Monsanto is tevens de producent van een groeihormoon voor koeien genaamd Posilac. Dit middel zou een grotere melkproductie bij koeien teweegbrengen. Dit heeft ergens ook wel een kern van waarheid, aangezien er door dit middel meer pus bij de melk komt wat het volume inderdaad vergroot. Ook bevat deze melk een grote hoeveelheid antibiotica en een hoge dosis van een hormoon dat in deze hoeveelheden bij mensen kankerverwekkend is.

Zo zijn er nog veel meer omstreden producten door Monsanto op de markt gebracht vaak zonder eenduidig vooronderzoek en zonder vermelding van bijvoorbeeld de extreme toxiciteit aan de afnemers.

Momenteel is het streven van Monsanto om in steeds meer landen een patent te krijgen op een paar specifieke genetische eigenschappen van varkens. Momenteel heeft Monsanto al in meer dan 160 landen ter wereld het gewenste patent verkregen. Varkens op zich zijn geen uitvinding, maar men heeft het genenpakket van varkens ontcijfert en patent aangevraagd op een paar specifieke eigenschappen. Alle nakomelingen van deze “Monsanto” varkens vallen direct ook onder het desbetreffende patent.

Zodra varkens deze specifieke genetische eigenschap bevatten vallen zij onder het patentrecht en is een veeboer verplicht om een vergoeding aan Monsanto te betalen. Alleen als een boer met sluitend bewijs komt dat er geen gebruik is gemaakt van de methodes of “varkens” van Monsanto kan men onder deze aanklacht uitkomen. De nakomelingen van de gepatenteerde varkens zijn echter niet te onderscheiden van “gewone” varkens dus zal een boer altijd in het ongelijk gesteld worden. En hierdoor aan, een meestal levenslang, wurgcontract met Monsanto vast komen te zitten.

Monsanto plaatst de juiste mensen op belangrijke overheidsposities om de besluitvorming in de politiek in hun voordeel te laten beïnvloeden of om kritische rapporten omtrent het bedrijf en zijn producten te laten verdwijnen. De pers wordt het zwijgen opgelegd door hoge functionarissen binnen de politiek. Als dat niet lukt, heeft Monsanto altijd nog een grote groep adequate rücksichtsloze advocaten achter zich staan die de zin van het bedrijf wel haalt/koopt via een proces.

Monsanto onderhoudt zeer nauwe banden met invloedrijke families en instanties in Amerika. Zoals de familie Bush, de familie Clinton, de familie Cheney, de familie Rockefeller de CIA en niet te vergeten de huidige Amerikaanse regering. Ook de excuusneger en marionet Obama zelf. Welbeschouwd bestaat het voornaamste deel van de huidige (en voorgaande) Amerikaanse regering uit Monsanto mensen.

Ook in Europa heeft Monsanto zijn tentakels al flink uitgespreid. De Europese voedselautoriteit EFSA is een belangrijk raadgevend orgaan voor de Europese Unie en de Europese leiders. De EFSA geeft onder andere “wetenschappelijke” adviezen omtrent gengewassen, die door vele Europese leiders klakkeloos overgenomen en landelijk doorgevoerd worden. De EFSA is jammer genoeg geen objectief orgaan, zij krijgen politiek en financieel gemotiveerde verzoeken van onder andere de Europese Commissie en (indirect) Monsanto om uitgebrachte adviezen te herzien of te wijzigen.

De EFSA zal altijd proberen het gelijk te verdedigen van zijn “werkgever”, dus zal in deze ook nooit een objectief advies vrijgeven. Ondanks deze subjectiviteit blijft het EFSA een van de belangrijkste adviesorganen van de Europese unie en haar leiders.

Het is wel duidelijk dat dergelijke machtige multinationals een ongekend grote macht en invloed uitoefenen op samenlevingen wereldwijd. Het is dan ook een probleem dat we niet moeten onderschatten.

VFN/GFN

 

 

Groene geldklopperij  

 

 

Ten eerste wil ik stellen dat het absoluut niet de goede kant op gaat met ons algehele milieu. Dit artikel is dus ook absoluut niet bedoelt om bijvoorbeeld het broeikaseffect te ontkennen of om kernenergie te propageren. Dat het slecht met onze planeet Aarde gaat is overduidelijk en overal om ons heen zichtbaar. De mensen die dit niet inzien of dit blijven ontkennen willen de problemen om een of andere reden gewoon niet zien. Ten behoeve van de neoliberale vrijhandel is het jammer genoeg het geval dat, betreffende onder andere het milieu, veel vermogenden en machthebbers met niet zozeer alleen oogkleppen op maar ook met oordopjes in rond lopen. Zolang hun portemonnee maar gevuld blijft.

  

De linkse media brengt ons geregeld berichten betreffende de klimaatcrisis en de nationale overheden komen met steeds nieuwe pogingen om de co2 uitstoot terug te dringen. Wij als burger moeten steeds meer betalen door middel van onder andere milieubelastingen. Maar berust alle informatie die wij als het volk krijgen wel echt op de waarheid?

Of is dit gewoon bangmakerij van de overheid om geld uit onze zak te kloppen, om bepaalde wetten en regelgevingen door onze neus te boren of om de algehele globalisatie maar te kunnen steunen?

  

Er wordt ons steeds voor gehouden dat de problemen omtrent het milieu globale problematiek is en dat er daarom een globale regelgeving voor moet komen. Nu is het zeker wel zo dat verscheidene milieuproblemen grensoverschrijdend zijn, maar is het niet beter om een samenwerking te bewerkstelligen om deze problemen aan te pakken? In plaats van een globale regelgeving in te voeren? Willen we echt dat het lot van ons milieu in handen ligt van een paar ministers, of een milieuclubje in bijvoorbeeld Washington of Brussel.

  

Een van de uitspraken die gebruikt wordt om ons het volk te indoctrineren is bijvoorbeeld: ‘Als we nu niet in actie komen en we dus de volgende generatie met de lasten opzadelen, zullen zij met dezelfde verontwaardiging op ons terugkijken als dat wij neer zien op de generaties die de slavernij in stand hielden.’

Niemand wil zich verantwoordelijk voelen voor het kapot maken van onze aarde toch? Natuurlijk wordt er verwezen naar ons nageslacht want je wenst je (toekomstige) kinderen toch niets dan goeds toe?

Overheden zijn altijd heel goed in het oproepen van schuldgevoelens bij mensen om in hun voordeel te gebruiken. Terugverwijzen naar de Tweede Wereldoorlog is een algemeen gebruikt middel en zoals in deze de slavernij.  

De gehele zin is één groot voorbeeld van schuldpropaganda. Geef mensen een schuldgevoel betreffende het milieu, het is allemaal onze schuld en alleen wij kunnen er nog iets aan veranderen voor het te laat is, en men is bereid om groene stroom te kopen, de belastingen die er geheven worden voor lief te nemen, en wetten ten behoeve van de algehele globalisatie in een jasje van zogenaamde milieuoplossing te accepteren enz.

Als we dan bijvoorbeeld groene stroom aanschaffen kunnen we een goed gevoel over ons zelf hebben want daarmee dragen we zogezegd bij aan een beter milieu. Tenminste dat wordt ons voorgespiegeld en mensen willen het maar wat graag geloven.

  

De linkse media staan bol van de artikelen betreffende de huidige klimaathysterie. Alom wordt je dood gegooid met bijvoorbeeld onderzoeken waarin staat hoe slecht ons milieu er aan toe is en dat, dat de schuld van de mens is en alleen onze generatie er nog iets aan kan veranderen. We leven in een tijdperk van ongekende angst- en paniekzaaierij. Van alle kanten worden we bestookt met “enge woorden” zoals terrorisme, moslimfundamentalisme, ziektes zoals de Mexicaanse griep, en natuurlijk het broeikaseffect. Decennia lang worden we al geïndoctrineerd met angstwekkende aannames omtrent het milieu. Een angstig volk is makkelijker te manipuleren in de richting die de overheid op wil.

 

 

-         Tot aan het jaar 2000 zijn de olie en vele grondstoffen op (uitspraak van de club van Rome in 1970)

-         Het gat in de ozonlaag zorgt voor miljoenen doden door huidkanker (uitspraak van rond 1970)

-         SARS, een wereldwijde longepidemie is op handen (gezondheidsinstanties en media in 2000)

-         Dreigt er een nieuwe ijstijd? (diverse uitspraken van klimaatonderzoekers en de media 1970-1975)

  

Het is overigens nooit onomstotelijk bewezen dat het broeikaseffect een gevolg is van menselijk handelen. Kritische berichtgeving rondom het broeikaseffect en CO2 worden door de linkse media geweerd of als onzin bestempeld. Maar wie heeft er nu gelijk? Het probleem is dat als “rechts” het een zegt, “links” automatisch het tegenovergestelde beweert, daarom is het moeilijk om objectieve berichtgevingen te vinden. De enige echte conclusie die je kunt trekken als je beide kanten van het verhaal bekijkt; is dat men nog steeds niet precies het hele broeikaseffect kan omschrijven. Bij zowel de voor als de tegenstanders van het menselijke aspect in het broeikaseffect zijn zinnige argumenten te vinden. Dit neemt niet weg dat we daarom maar niets tegen het verval van onze planeet moeten doen en onze tijd moeten verspillen met eindeloze discussies of eindeloos onderzoek. Het is absoluut noodzakelijk dat er nu al veranderingen komen ten opzichte van onze vernietigende invloed op de aarde. Door de overbevolking van onze planeet moeten we zeker actie ondernemen tegen de ongekende toename van het gebruik van fossiele brandstoffen, energie, grondstoffen en aan de toename van de afval productie enz.

  Het milieu is een financiële melkkoe geworden voor overheden en diverse milieuclubjes. De bedragen alleen al die verspild worden voor halfbakken oplossingen, die vaak nog belastender zijn voor het milieu dan het originele probleem, lopen al in de miljarden. Het gaat steeds slechter met onze planeet maar met de portemonnee van een selecte elite gaat het alsmaar beter. En dit zal zo blijven zolang wij het volk klakkeloos alles aannemen wat we lezen en zien zonder zelfstandig logisch na te denken en we niet in opstand komen.       

Ecotax.

De ecotax is ingevoerd als wet milieubelasting op milieugrondslag. Met deze milieubelasting op olie, gas en elektra wil de overheid primair aanzetten tot het verminderen van het verbruik van energie, secundair zou hiermee de co2 uitstoot gereduceerd kunnen worden en het gebruik van duurzame energiebronnen propageren. Allemaal heel nobele doelen waar wij als goedwillende burger natuurlijk niet over gaan klagen als we daar wat extra belasting voor moeten betalen. Maar of deze doelen nu echt heel nobel te noemen zijn en of er nu echt wezenlijk iets mee verandert ten opzichte van ons milieu is de vraag?

  

Groene stroom.

Nederlandse groene stroom wordt voor meer dan de helft uit de verbranding van biomassa gewonnen, dit is een verzamelnaam voor alles wat dierlijk en/of plantaardig is bijvoorbeeld hout, mest, rioolslib etc. Deze biomassa wordt in dezelfde elektriciteitscentrales verbrand die de zogenaamde grijze (slechte) stroom opwekken. De stroom verandert echter niet en de vervuiling neemt eerder toe dan af. De verbranding van verscheidene zaken die als biomassa worden bestempeld leveren juist veel meer vervuiling op dan de opwekking van grijze stroom. Dit kan door de verbranding zelf komen of door het transport van de biomassa, dat overal ter wereld vandaan kan komen, naar onze verbrandingsovens. Alom wordt gezocht naar grondstoffen die uiteindelijk het goedkoopste zijn om te verbranden als biomassa.

Een groot gedeelte van de gebruikte biomassa bestaat uit dierlijke mest, omdat de vraag naar biomassa groot is, is het in het belang van de bedrijven dat de aanvoer van mest substantieel groot blijft. Kleine bedrijven kunnen niet de benodigde hoeveelheden leveren dus de bedrijven zijn hiervoor “afhankelijk” van de bio-industrie. Indirect dragen ze hiermee dus bij aan het in stand houden van de bio-industrie.

Ook bestaat een groot gedeelte van de biomassa uit hout. Dit wordt onder andere gewonnen uit huisvuil, wat vaak nog chemicaliën bevat als het verbrand wordt, maar ook worden er enorme hoeveelheden restanten van de houtproductie uit landen zoals Canada hiernaartoe getransporteerd om als biomassa te dienen.

Enkele Nederlandse energie bedrijven noemen de “groene” stroom opgewekt uit de verbranding van biomassa tegenwoordig ook al tweede kwaliteit groene stroom. Eerste kwaliteit groene stroom is in deze de stroom die opgewekt wordt uit wind, water en zon.

  

Doch heeft ook de zogenoemde eerste kwaliteit groene stroom een bezoedelde naam.

Ieder jaar weer worden er zeker dertigduizend vogels het slachtoffer van de wieken van een windmolen. Het moet behoorlijk waaien wil een windmolen ook maar enig effect hebben, maar waait het te hard; dan kunnen de delicate dure wieken het niet meer aan en moet de windmolen stilgelegd worden. Overigens zou windenergie nooit een vervanging kunnen zijn voor de opwekking van energie uit bijvoorbeeld kolen of gas. Niet alleen vanwege de geringe energie opbrengst van windmolens, ook ben je van de wind zelf afhankelijk bij de opwekking van windenergie. Zeker in een land als Nederland weet je het maar nooit met het weer, de wind kan ineens gaan liggen en dan wordt er geen stroom meer opgewekt. Het zou te lang duren om een reservecentrale op te starten op zulke momenten waardoor mensen, ziekenhuizen, winkels enz. urenlang zonder stroom zouden komen te zitten.

Er zal dus altijd een grote energiecentrale met een laag en onrendabel vermogen op de achtergrond mee moeten draaien.

Ook zonne-energie kan door de lage energie inhoud niet snel concurreren met grijze stroom. Op dit moment is groene stroom uit zonne-energie in Nederland ongeveer dertig maal duurder dan grijze stroom. Toch is er binnen de zonne-energie in tegenstelling tot de wind energie nog veel voordeel te behalen uit de technologische vooruitgang die er geboekt wordt, waardoor misschien op den duur zonnecel collectoren kleiner, goedkoper en efficiënter kunnen worden. Waardoor zonne-energie op den duur meer rendabel gemaakt zou kunnen worden.

Ook de opwekking van groene stroom uit waterkracht is dubieus te noemen. Door de bouw van stuwdammen wordt de natuurlijke loop van rivieren aangetast en worden overstromingen veroorzaakt, met de nodige gevolgen van dien. Ook bemoeilijkt de bouw van waterkrachtcentrales de terugkeer van bepaalde trekvissen zoals de zalm.

Nu is er weinig hoogteverschil in Nederland dus de opwekking van elektriciteit uit waterkracht is in Nederland nihil, er zijn in Nederland slechts twee kleine waterkrachtcentrales.

  

De opwekking van “groene stroom” in Nederland zou alleen rendabel qua opbrengst gemaakt kunnen worden om te concurreren met “grijze stroom” als dit door de verbranding van biomassa zou verlopen, maar zoals al eerder geschreven is dit nauwelijks groen te noemen. De eerste kwaliteit groene energiebronnen zijn inherent ondoelmatig om het vermogen aan energie te produceren wat in Nederland nodig is op een dagelijkse basis. 

Om de groene stroom toch met de grijze stroom te kunnen laten concurreren is een hele (schat)kist vol met subsidies open getrokken door onze overheid. Duurzame energie projecten kosten de Nederlandse schatkist nu al bijna 7 miljard euro, de verwachting is dat de komende jaren dit bedrag alleen nog maar hoger zal gaan worden.

Daarentegen draagt groene stroom nog geen 5 procent (ca. 3000megawatt uur per jaar) bij aan de gehele Nederlandse energievoorziening. Dit percentage moet volgens huidige beleidsregels wel omhoog geschroefd worden.

  

Het merendeel van die groene stroom moet volgens beleidsregels toch gewonnen gaan worden uit de verbranding van biomassa en voor 1/6 uit windenergie. Om dit percentage te kunnen bewerkstelligen moeten er uiterlijk in 2020 zes maal zoveel windmolens in Nederland of in de Nederlandse Noordzee staan. Volgens officiële rapporten zullen de kosten voor het bouwen van deze windmolenparken minimaal 27 miljard Euro bedragen, andere rapporten spreken over nog veel hogere bedragen. Over een ding zijn de meeste rapporten het wel eens; er is een substantieel grote kans dat er een dusdanig grote overschrijding van de kosten hierbij plaats gaat vinden dat de kostenoverschrijdingen bij de Betuwelijn, de HSL en de Amsterdamse noord – zuid lijn erbij zullen verbleken.

  

In sommige landen levert het opwekken van groene stroom meer belastingvoordeel en subsidies op waardoor bedrijven naar die landen uitwijken om daar groene stroom te produceren. Vervolgens wordt deze groene stroom weer in andere landen aangeboden omdat daar de subsidies en belastingvoordelen voor het distribueren van groene stroom weer groter zijn. Zo heeft bijvoorbeeld het Nederlandse bedrijf Nuon onder andere een waterkrachtcentrale in Turkije en een windpark in zuid oost China in bezit. Voor Nederlandse bedrijven is het vooral aantrekkelijk om windmolenparken in Duitsland aan te laten leggen vanwege de dubbele subsidies daar voor het opwekken van groene stroom om daaropvolgend de opgewekte groene stroom weer in Nederland te verkopen omdat hier de distributie weer bevoorrecht wordt. De transportkosten van de energie zijn in deze ook nihil te noemen.

De dubbele winsten die er te behalen vallen onder de noemer groene stroom maakt het een zeer aantrekkelijke en winstgevende markt.

Door deze vele subsidies en belastingvoordelen zou groene stroom voor de consument eigenlijk goedkoper kunnen zijn dan grijze stroom we betalen er immers al voor via de belastingen die we betalen. Waarom het dan niet goedkoper is? Dit wordt om een of andere reden tegengehouden door de Europese unie. De winst die overblijft voor de bedrijven wordt niet of nauwelijks gebruikt ten behoeve van het milieu, maar verdwijnt in de zakken van een selecte elite.

   

Sinds de markt op groene stroom geliberaliseerd is, is het een vechtmarkt geworden. Hoe meer klanten en centrales een bedrijf bezit hoe meer subsidies ze opstrijken en kunnen genieten van verscheidene belastingvoordeeltjes, van alles wordt ingezet om maar klanten weg te trekken bij andere bedrijven om ze in hun eigen klantenbestand op te kunnen nemen. De energiebedrijven verdienen buitensporig veel meer aan groene stroom dan dat ze verdienen aan grijze stroom. Dit verklaart direct de recente overweldigende “groene” propaganda die ons bereikt vanuit de energie maatschappijen.

  

Biobrandstof.

Het gebruik van biobrandstoffen zoals plantaardige olie, plantaardige alcohol en plantaardige ethanol worden gepropageerd ter vervanging van het gebruik van fossiele brandstoffen. Dit kan natuurlijk zeer positieve gevolgen hebben omdat door het gebruik van biobrandstoffen de wereldwijde afhankelijkheid van de niet onuitputtelijke fossiele brandstoffen minder wordt, en doordat er minder fossiele brandstoffen gebruikt worden verminderd ook de uitstoot van broeikasgassen. Tenminste dat zou je denken als je de berichten leest die de zwaar bevooroordeelde media ons voorschotelt.

  

Voor de productie van biobrandstoffen wordt het al eerder besproken niet zo groene biomassa gebruikt. Ook worden er verscheidene plantaardige gewassen in bulk gebruikt om deze biomassa te vormen zoals maïs of suikerriet. Omdat er grote oppervlaktes aan gewassen nodig zijn om kleine beetjes biobrandstof te produceren worden er vele hectares bos in derde wereld landen gekapt om plaats te kunnen maken voor de benodigde landbouwgrond. Niet alleen verdwijnen hierdoor eeuwenoude oerbossen, wat natuurlijk geen gunstig effect heeft op de hoeveelheden co2 in de atmosfeer. Ook helpt het mee aan het uitsterven van verscheidene diersoorten, doordat ze een steeds kleiner leefgebied hebben of worden afgeschoten omdat ze van de planten eten.

Het is natuurlijk noodzakelijk dat de aanvoer van de gewassen snel verloopt dus wordt er bij het verbouwen van de gewassen veel goedkope kunstmest gebruikt. Dit draagt bij aan de uitstoot van broeikasgassen en aan de vervuiling van de grond. Hierdoor wordt op de duur de landbouwgrond onbruikbaar en sneuvelt er dus steeds meer oerbos om maar aan de nimmer afnemende vraag te kunnen blijven voldoen. Zo blijft deze cyclus doorgaan tot er niks anders meer over is dan dorre woestijngrond.

  

Er kunnen tijdens de omzetting van biomassa naar biobrandstof verscheidene schadelijke stoffen in de atmosfeer terecht komen, bijvoorbeeld zware metalen zoals chloor en fluor die op hun beurt weer bijdragen aan de zure regen.

Ook is het natuurlijk een probleem als de oogst mislukt, wat niet alleen schadelijk is voor het grondstof producerende land zelf omdat ze hierdoor minder inkomsten genereren. Er zouden dan ook minder grondstoffen beschikbaar zijn om de biobrandstof te produceren. Hierdoor zal  naar vervangende oplossingen gezocht gaan worden waardoor de vraagprijs naar alle waarschijnlijkheid explosief zal stijgen.

  

Het zou echter wel mogelijk zijn om “echt” duurzame biobrandstof projecten op te zetten. Alleen subsidie corrumpeert alles wat het aanraakt en dus ten behoeve van de torenhoge winsten verdwijnen de normen en waarden snel. De meeste “duurzame biobrandstof projecten” zouden daarom niet het predikaat “duurzaam” mogen dragen. De overheid zou een stokje kunnen steken voor de malafide frauduleuze praktijken die binnen de duurzame energie branche voor komen, maar door de neoliberale vrijhandel die het motto predikt meer markt minder overheid is het zeer onwaarschijnlijk dat dit op de korte termijn gaat plaatsvinden en dat het eerder gepropageerd blijft, van kartelvorming mag immers nimmer sprake zijn.

   

CO2 afvang en opslag.

Via co2 opslag zou het potentieel mogelijk worden om fossiele brandstoffen te kunnen blijven gebruiken zonder dat dit substantieel bij zou dragen aan het broeikaseffect. Dit omdat het uitgestoten co2 daarbij opgeslagen wordt in lege gasvelden en watervoerende lagen ergo men heeft meer tijd voor de ontwikkeling van duurzame energiebronnen en in de tussentijd kan men fossiele brandstoffen blijven gebruiken zonder het milieu daarmee extra te belasten. Wederom klinkt dit als een nobel streven ware het niet dat er ook aan deze zogenaamde “groene” oplossing vele nadelen kleven.

   

De co2 afvang en opslag verloopt veel langzamer dan dat er co2 uitgestoten wordt. Meer dan een druppel water op een gloeiende plaat zal dit dus niet betekenen voor ons milieu tenzij de co2 opslag op zeer grote schaal plaats zou vinden. Ook de kosten om de co2 af te vangen, te vervoeren naar de opslag en op te slaan zijn absoluut niet gering zijn. Je kunt co2 niet zomaar onder de grond of onder de zeebodem spuiten en je bent klaar. Co2 is een niet inerte stof het kan dus een verbinding aangaan met bijvoorbeeld cement of leidingen. De huidige infrastructuur van leidingen voldoet niet om het co2 te vervoeren en er zijn ook weinig tot geen echt geschikte plaatsen om het co2 in op te slaan. De kans dat er co2 ontsnapt blijft aanwezig. Als dit in zee zou gebeuren zou dit leiden tot verzuring van het zeewater wat nog meer sterfte in de oceanen zou bewerkstelligen. Het kan ook de grond “vervuilen” en plantsterfte veroorzaken als dit in de grond zou gebeuren.

Je moet er ook niet aan denken wat er zou gebeuren als er ineens een grote hoeveelheid co2 vrij zou komen midden in een woonwijk. Eerdere complicaties met de opslag van co2 hebben al meerdere dodelijke slachtoffers veroorzaakt. Vergeet niet dat co2 al bij een percentage van 15% in een ruimte binnen een minuut dodelijk is voor een mens en bij lagere percentages er  al diverse klachten optreden. Toch wil men haast maken met de opslag van co2, al diverse plaatsen in Nederland zijn bekeken om een ondergrondse opslag te huisvesten. Gelukkig kan dit over het algemeen genomen rekenen op een flink protest uit de buurt en de lokale politiek zelf.

   

Dit alles zijn slechts enkele voorbeelden van wat er met het gebruik van de klimaatcrisis als wapenschild doorgevoerd en door onze strot geduwd wordt door onze overheid.

De heer Joseph Goebbels zei het ooit al zo mooi: “Als je een leugen maar vaak genoeg herhaalt, gaat iedereen het vanzelf als de waarheid beschouwen.”

Hedendaagse overheden maken nog steeds dankbaar gebruik van dit gegeven. Vraag een willekeurig aantal mensen op straat naar het broeikaseffect en de meesten zullen je een versie vertellen met als basis wat de overheid, de linkse media en mensen als Al Gore ons voorschotelen.

  

Veel van de groene regelingen en regelgevingen die doorgevoerd worden zijn bedoeld om de schijn van milieuvriendelijkheid hoog te houden. Het is overheden niet te doen om het milieu, op de enkeling met wel een hart voor de natuur daargelaten.

Het milieu genereert ontzettend veel geld of dit nu voor de directeuren van de multinationals is of voor de overheden om te besteden aan zaken zoals de uit de hand gelopen asiel industrie.

  

Het wordt tijd dat mensen verder leren kijken in plaats van blindelings bij te dragen aan deze “groene” zwendel waar wij als volk niet beter van worden en ons milieu al helemaal niet.

  

VFN/GN

 

 

Behoudt onze inheemse natuur 

 

Wereldwijd zijn invasieve soorten de tweede grootste oorzaak naast mensen van het verlies aan biodiversiteit. Europa telt al meer dan 11.000 verschillende ingevoerde diersoorten, plantensoorten en micro-organismen. Te weten 6.000 verschillende plantensoorten, 4.000 verschillende diersoorten, 500 verschillende paddestoelen en ca. 500 verschillende micro organismen. Dit zijn allemaal soorten die hier historisch gezien dus niet! thuis horen. Ze vormen een zwaar onderschatte bedreiging voor het ecologische en economische evenwicht van Nederland. Het merendeel van deze soorten is overwegend wel onschadelijk te noemen. Toch veroorzaakt 15% van de soorten behoorlijke economische en ecologische schade. Nog eens 15% van de die soorten hebben een grote invloed op de biodiversiteit omdat ze inheemse planten of dieren schaden al dan niet uitroeien.  

De neoliberale vrijhandel en het steeds meer toenemende transport van goederen en mensen over de hele wereld heeft er in een korte tijd voor gezorgd dat soorten uit hun natuurlijke leefomgeving in een nieuwe leefomgeving terecht zijn gekomen. Containertransport via waterwegen, transport via vliegtuig of trein, het toevallig meereizen met andere soorten “of als verstekeling”, ballastwater van schepen, verpakkingen van producten, ingevoerde planten, voedingsmiddelen, exotische huisdieren of het bewust hier naartoe transporteren van bepaalde soorten, de opties voor binnengeleiding zijn talrijk.  

Zonder hun natuurlijke vijanden kunnen de invasieve soorten zich in hun nieuwe leefomgeving ongehinderd voortplanten. De invasieve soort zal dan ook snel in aantal toenemen. Zodra een soort tot een succesvolle voortplanting is gekomen is het in de meeste gevallen bijna niet meer mogelijk om deze soort nog te verwijderen zonder dat daarbij ook schade wordt toegebracht aan het natuurlijke ecosysteem. Dit kan er toe leiden dat inheemse soorten gedeeltelijk of zelfs compleet uitsterven en hele natuurlijke ecosystemen veranderen. Deze aantasting van ons gehele ecosysteem ontstaat op verscheidene manieren, ondermeer omdat invasieve soorten:Doordat de invasieve soorten een explosieve groei doormaken nemen ze het voedsel, licht en/of de ruimte weg van de inheemse soorten.De inheemse soorten vallen ook vaak ten prooi van de invasieve soorten. Omdat de invasieve soorten bacillen of ziektes met zich meebrengen die vreemd zijn voor de inheemse soorten maken ze de inheemse soorten ziek.De invasieve soorten paren met de inheemse soorten waardoor de specifieke (kenmerken van) inheemse soorten verdwijnen.En zo hebben we kans dat we binnen afzienbare tijd onze eigen natuur zoals je die nog op schilderijen van oude Hollandse meesters ziet niet meer terug herkennen in de natuur die we zien als we om ons heen kijken.   

Mensen zouden zich meer bewust moeten worden van dit imminente probleem. Niet alleen zijn deze invasieve soorten een aanslag op onze ecosystemen. Deze invasieve soorten kosten Nederland jaarlijks circa 1,3 miljard Euro! aan schade en bestrijding. Dat is gemiddeld per Nederlandse staatsburger 250 Euro per jaar aan belastinggeld. Denk bijvoorbeeld aan de schade die de niet inheemse muskusrat toebrengt aan onze dijken en oevers, de bestrijding van late guldenroede die in een korte tijd gebieden overwoekert en een bedreiging is voor inheemse plantensoorten of de introductie van bepaalde waterplanten die de oevers en de doorstroom van rivieren blokkeren en gevaar voor schepen kunnen opleveren. Deze kwestie van de invasieve soorten is dus niet alleen een probleem voor de natuur het kan ook problemen voor mensen opleveren. Deze problemen uiten zich niet alleen op economisch vlak; zo zie je bijvoorbeeld nu het probleem van de Mexicaanse griep dit zijn micro organismen die hier niet van nature voor komen, maar door het overvolle vliegruim “getransporteerd” worden door zakenlui en vakantiegangers. Het grote probleem is zoals eerder gezegd dat zodra soorten tot een succesvolle voortplanting zijn gekomen ze moeilijk meer te “verwijderen” zijn uit onze ecosystemen zonder daar bij schade toe te brengen aan het natuurlijke ecosysteem. Sommigen zouden bestreden kunnen worden met hun natuurlijke vijand, maar daarvoor moeten we eerst hun natuurlijke vijand weer hier naartoe importeren. Waardoor we er dus nog een invasieve soort erbij halen waarvan niet bekend is of deze eventueel ook schade aan ons ecosysteem oplevert. Denk bijvoorbeeld aan het veelkleurig Aziatisch lieveheersbeestje, dit dier werd als “biologische” bestrijding voor bladluis ingevoerd. Ondertussen blijkt dit dier ook kevers en andere lieveheersbeestjes op te eten waardoor op den duur ons eigen inheemse lieveheersbeestje dreigt te verdwijnen. 

We kunnen wel proberen om de invoer van invasieve soorten aan banden te leggen, zodat voorkomen kan worden dat er nog meer soorten zich in Europa gaan vestigen. We kunnen in ieder geval ons eigen steentje bij dragen door niet zomaar niet-inheemse dieren en of planten in huis te nemen. En als je dat toch doet, je er goed voor zorgt dat ze niet weg kunnen lopen of zich kunnen verspreiden buiten je eigen huis/tuin. Ook moet er gedegen onderzoek gedaan worden naar hoe bestaande invasieve soorten bestreden kunnen worden zonder dat daarbij de natuurlijke ecosystemen in gevaar komen of beschadigd kunnen raken. Het grote probleem alleen hier in is dat Nederland aan banden ligt van de Europese Unie, en die is zeer terughoudend als het er om gaat om bepaalde handelsbeperkende maatregelen en controlerende regelgevingen in te voeren. Alles staat in het teken van de neoliberale vrijhandel daar willen ze geen beperkingen op leggen ook al gaat dit ten koste van ons milieu. Steeds meer kapitaal voor een kleine elite staat boven alles in deze wereld. We vergallen hiermee ons mooie continent en daarmee een groot onderdeel van de toekomst van onze kinderen. Het is belangrijk dat wij onze stem laten horen! Dat wij aandringen op betere regelgeving! Voordat onze natuur net zo’n multi-kul is geworden als onze steden en dorpen en er zelfs in onze natuur nog maar weinig inheemse soorten te zien zullen zijn.

 

 

VFN/GN

 

 

Globalisatie en het milieu

 

 

 

Het onuitputtelijke geloof in economische groei als sleutel tot vooruitgang, begint te wankelen als de systemen die het leven op aarde in stand houden steeds gebrekkiger worden en de seinen die duiden op een ecologische ramp steeds verder toenemen. De globalisering die afgestemd is op het stimuleren van de groei door het laten stijgen van de consumptie, vormt een overbelasting van het milieu en verbreedt de kloof tussen arm en rijk.  

 

Neo-liberalen kiezen voor “pure” marktoplossingen om de consumptie onder de bevolking te laten toenemen. Een voorbeeld hiervan zijn belastingverlagingen en een lage rentevoet, van deze dingen wordt verondersteld dat ze de bestedingen en beleggingen stimuleren door de consument meer geld te verschaffen.  

 

Tot voor kort is in het hele globalisatie proces het milieu volkomen genegeerd. De meer en meer mondialer wordende economie is compleet afhankelijk van een goed beheer van de planeet aarde, maar alles om ons heen wijst erop dat de ecologische gezondheid van onze aarde in grote problemen verkeert. 

 

De industriële productiesystemen hebben de afgelopen twee eeuwen enorme hoeveelheden onvervangbare natuurlijke hulpbronnen verbruikt. Niet alleen verwoesten ze in een alarmerend tempo hele ecosystemen en leefomgevingen, maar is het ook duidelijk dat we onze natuurlijke hulpbronnen (het “natuurlijke kapitaal” van de economie) uitputten. Daarbij komt ook nog eens dat we afval produceren in een tempo dat hoger is dan het vermogen van de natuur om zichzelf te vernieuwen en te genezen. Overal om ons heen zijn de bewijzen te vinden van deze verwoesting van onze planeet. Een dringende noodzaak behoeft de desintegratie van de fundamentele systemen voor de instandhouding van het leven, maar die nemen we gewoon voor lief. De watercyclus, de samenstelling van de atmosfeer, de verwerking van afval en het hergebruik van voedingsstoffen, de bestuiving van gewassen, de delicate wisselwerking tussen verschillende soorten: dit alles is in gevaar. 

 

Dit enorme verval van onze planeet wordt door vele onderzoeken geregistreerd en beaamd. De woestijnen breiden zich uit, hele bossen worden omgehakt, vruchtbare akkers worden geruïneerd door erosie en ontzilting, visgronden worden uitgeput en grondwaterreserves worden leeggepompt. Het kooldioxide niveau in de atmosfeer blijft stijgen als gevolg van het buitensporige gebruik van fossiele brandstoffen. Dit alles om in onze consumptiedrang te voorzien. Sinds 1950 heeft de mondiale economische productie zich bijna vervijfvoudigd, van 3.800.000.000 dollar naar 18.900.000.000 dollar. In deze betrekkelijk korte periode is een groter deel van het natuurlijke kapitaal opgemaakt dan in de hele geschiedenis van de mensheid voor 1950.  

 

Verscheidene dierenrechten organisaties waarschuwen dat de mondiale uitsterving van dieren- en plantensoorten aan het versnellen is evenals de dramatische afname van de populaties van verscheidene diersoorten. Het verlies van woongebieden, de menselijke cultivering en de invasie van vreemde soorten worden gezien als de grootste bedreigingen voor de natuur. Wetenschappers gaan ervan uit dat het natuurlijke tempo waarop diersoorten uitsterven, ligt op 1 soort per 4 jaar. Het huidige tempo wordt geschat op 1000 tot 10.000 maal het natuurlijke tempo.  

 

De door de export gestuurde groei en de schulden van de derde wereldlanden, bij instanties als de Wereldbank en het IMF, hebben gezamenlijk het tempo opgeschroefd van de snelle consumptie van de onvervangbare natuurlijke hulpbronnen van de aarde. Het aanpassingsbeleid dat de derdewereldlanden krijgen opgelegd als prijs voor de toegang tot de mondiale handelsgemeenschap, betekent dat zij verplicht zijn hun schulden af te lossen alvorens ze ook maar iets anders mogen doen. Hun enige mogelijkheid is de export van ruwe grondstoffen naar de wereldmarkten op te voeren. Hierin schuilt een groot probleem; omdat alle arme landen hun exporten moeten verhogen ontstaat er een zogenaamde oververzadiging van de markt. Hierdoor zullen de prijzen van de grondstoffen dalen, waardoor de arme landen hun productie en export weer moeten verhogen om toch aan hun schuldverplichtingen te kunnen blijven voldoen. Omdat de landen hun productie en export op moeten schroeven wordt er steeds meer bos en natuur ontgint voor de landbouw en gaan er steeds minder grondstoffen naar hun eigen markt. Dit komt absoluut niet ten goede van het milieu in hun land en is daarmee ook een grote aanslag op onze aarde in zijn geheel.  

 

Quote ecoloog Robert Ayres: “Alles wijst erop dat de menselijke economische activiteit, ondersteund door een verkeerd beleid van handel en groei, een aardig eind op weg is om onze natuurlijke omgeving meer en sneller te ontwrichten dan welke andere bekende gebeurtenis in de geschiedenis van de planeet dan ook, met uitzondering wellicht van de grote asteroïdeninslag die misschien tot het uitsterven van de dinosauriërs heeft geleid. Het zou wel eens zo kunnen zijn dat we afstevenen op ons eigen uitsterven.” 

 

En toch blijven de neoliberalen geloven in de mondiale vrijhandel. De (schijn)logica van de globalisering is verleidelijk omdat zij is gebaseerd op een simpel uitgangspunt: bevrijdt de markt van haar restricties, en haar zelforganiserende dynamiek zal werkgelegenheid, welvaart en voorspoed brengen. Het draagvermogen van onze aarde zou oneindig zijn. Door middel van een combinatie van vindingrijkheid en technologie zou het uiteindelijk voor iedereen mogelijk zijn om te kunnen leven als een Amerikaan uit de middenklasse. Maar ondanks het (zelf)vertrouwen van degenen die het “neoliberale evangelie” prediken zijn er duidelijke aanwijzingen dat het gewone volk hun vertrouwen begint te verliezen in de neoliberale wereldvrijhandel. Wereldwijd komen er steeds meer protesten op gang tegen deze gang van zaken. Zelfs in kringen van de macht wordt de globalisering steeds kritischer gevolgd. Sommige voorheen grote voorstanders van de neoliberale politiek waren gedwongen hun meningen te herzien door het herhaaldelijk bewijs dat de neoliberale aanpak niet werkt en juist tot allerlei crisissen leidt en een steeds groter wordende kloof tussen arm en rijk.

 

VFN/GN

 

Dierproeven

 Al eeuwenlang worden er voor allerlei onderzoeksdoeleinden de meest uiteenlopende dieren misbruikt. Vele miljoenen dieren zijn al slachtoffer geworden van de soms buitengewoon wrede proeven. Voor vele van deze proeven is het maar de vraag of ze ook maar enig nut hebben. Nu is het wel zo dat dierproeven in het verleden hebben geholpen bij het ontwikkelen van verscheidene medicijnen en vaccins. Het is alleen de vraag of het heden ten dage nog nodig is om gebruik te maken van dierproeven? 

Reptielen, fretten, katten, geiten, apen, honden, paarden, schapen, amfibieën, runderen, cavia’s, hamsters, konijnen, varkens, vissen, vogels, ratten en muizen. Dit zijn allemaal dieren die iedere dag in Nederland verscheidene soorten proeven moeten doorstaan. In totaal worden er op jaarbasis zo’n 600.000 dieren misbruikt voor dierproeven in Nederland alleen al. Het belangrijkste doel van dierproeven is over het algemeen genomen; medisch onderzoek. Voor deze onderzoeken worden de dieren willens en wetens geïnfecteerd met allerlei ziektes zoals hepatitis of hiv. Er worden ook dierproeven gedaan naar allerlei andere zaken zoals de giftigheid van (ingrediënten van) schoonmaakmiddelen. Ook bijv. psychologiestudenten doen de meest absurde testen met dieren. Bij sommige van deze bizarre testen worden dieren bewust verslaafd gemaakt aan bepaalde substanties. Bestudeert wordt dan hoe de dieren reageren na lange onthouding, plotseling stopzetten van de substantie of op overdosissen. Je vraagt je dan toch af wat voor nut dit lijden heeft? 

Steeds vaker wordt er ook gebruik gemaakt van genetisch gemanipuleerde dieren voor medisch-biologisch onderzoek. Op deze manier probeert men bij dieren nieuwe eigenschappen te creëren of juist bepaalde eigenschappen te elimineren. Aangezien dieren vele verschillen met mensen kennen probeert men de dieren meer op mensen te laten lijken. Onderzoekers proberen het “perfecte” proefdier te creëren door middel van de dieren eindeloos te kruisen en te selecteren op de betreffende ziektes die ze willen onderzoeken. Via constante inteelt ontstaan zo dieren die zeldzame ziektes of afwijkingen met zich meedragen. Aangezien we de afgelopen decennia steeds meer geleerd hebben over erfelijk materiaal is het voor onderzoekers nu ook mogelijk om erfelijke eigenschappen van mensen direct bij dieren “in te bouwen”. Zo hebben ze dieren ontwikkeld met “ingebouwde” ziektes die normaal alleen bij mensen voor komen. Alle veranderingen in het DNA die ze invoeren bij de dieren is permanent, al hun nakomelingen zullen dezelfde afwijking met zich meedragen. De voorstanders van genetische manipulatie zeggen dat hierdoor uiteindelijk minder proefdieren nodig zullen gaan zijn, de dieren hebben dan automatisch het te onderzoeken stukje erfelijk materiaal al in zich bij geboorte. Men vergeet daarbij wel te vermelden dat alvorens de “perfecte proefdieren” gecreëerd zijn dat eerst miljoenen dierenlevens kost. Per jaar worden er meer dan 300.000 dieren genetisch gemanipuleerd voor onderzoeken. Minder dan een kwart van deze dieren wordt ook echt voor onderzoek gebruikt de andere drie kwart worden direct gedood, omdat ze geen verder “nut” hebben, niet het geschikte gen met zich meedragen of niet helemaal aan de eisen voldoen. 

 De meeste dieren die aan de dierproeven onderhevig zijn worden na afloop van de proef waar ze voor misbruikt zijn gedood, dit wordt bijvoorbeeld gedaan om te kijken wat voor effect de proef op hun organen heeft gehad. Sommige dieren hebben het ““geluk”” dat ze “hergebruikt” kunnen worden voor nog een tweede of misschien wel een derde proef, maar bij de meeste dieren is dit niet het geval. Nu gebruiken de voorstanders van dierproeven altijd het argument van de zogenaamde “humane eindpunten”. Dieren die bijvoorbeeld in de proef een tumor krijgen of een ziekte die dodelijk zal zijn worden dan al gedood als de symptomen nog niet zo heftig zijn. Daarmee zou de dieren veel leed bespaard blijven. Het probleem is dat dit natuurlijk alleen gebeurt als het niet nadelig voor het onderzoek is. Als het voor de onderzoekers belangrijk is om de dieren te zien wegkwijnen en verteren door ziektes die bij mensen als afschuwelijk worden beschouwd dan zullen zij dit gewoon doen.Bij dierproeven worden de dieren als object beschouwt, dit soort regels als de humane eindpunten is voor onderzoekers en bedrijven gemakkelijk te omzeilen en alleen bedoelt om de gemoederen te sussen onder de tegenstanders van dierproeven. Natuurlijk is het belangrijk dat we meer inzicht krijgen in bepaalde ziektes zodat er misschien een medicijn of vaccin voor te ontwikkelen is. Het is alleen absurd dat er derhalve zo ontzettend veel dieren moeten lijden. Er zijn tegenwoordig vele alternatieven beschikbaar voor dierproeven zoals het gebruik van cellen die in een reageerbuis levend worden gehouden, stamcellen, gisten, bacteriën of (in combinatie met) computersimulaties. Het is belachelijk om te denken dat als er geen proefdieren meer gebruikt zouden worden dat men dan bijvoorbeeld niet meer verder zou kunnen met de ontwikkeling van een medicijn tegen kanker. Vooruitgang in onderzoek hoeft niet overeenkomstig te zijn met dierenleed. Helaas vinden bedrijven en regeringen het niet nodig om dit soort veranderingen door te voeren. Tot op heden wordt er veel meer geld geïnvesteerd in dierproeven, op jaarbasis zo’n 500 miljoen euro, dan dat er geld geïnvesteerd wordt naar het zoeken van alternatieven voor dierproeven, op jaarbasis zo’n 3,5 miljoen euro.  

De Nederlandse regering zou best iets kunnen veranderen aan de situatie waarin de proefdieren verkeren. De overheid zou bijvoorbeeld een wet aan kunnen nemen die de dierproeven aan banden legt. (Maar dan wel een wet die niet zo gemakkelijk te omzeilen is door bedrijven en onderzoekers.) Waarom doet onze overheid dit dan niet? Natuurlijk zijn er wel politieke partijen die tegen dierproeven zijn, maar zij vormen de minderheid in ons huidig politiek systeem. Ook ligt Nederland aan de leiband van de EU en hebben wij ons te voegen naar wat de EU beslist. Als Nederland een invoerverbod in zou stellen op producten die op dieren getest zijn, worden we teruggefloten door de Brusselse waakhond. Dit zou oneerlijke concurrentie zijn voor de vele bedrijven die wel gebruik maken van dierproeven. Natuurlijk is het ook dat er heel veel geld omgaat in de industrieën die gebruik maken van dierproeven. En zo zien we maar weer dat het belang van het dier ondergeschikt is aan het kapitaal. 

Gelukkig komen er steeds meer protesten tegen dierproeven. Steeds meer mensen gaan inzien dat het met de technologieën die we heden ten dage tot onze beschikking hebben, het niet meer noodzakelijk is dieren te misbruiken voor allerlei (onzinnige) onderzoeken. 11 maart 2009 is er al een belangrijke stap gezet tegen dierproeven; namelijk een Europees test- en handelsverbod op diergeteste cosmetica. Dat is gelukkig al 1 belachelijke reden minder waar dieren voor misbruikt kunnen worden. Maar wie weet is dit weer alleen maar een zoethoudertje. De tijd zal ons leren of er ooit een volledig einde komt aan het extensieve leed die de dieren berokkent wordt voor onderzoeken.  

 

VFN/GN 

 

 

 

Soja; een wonderbaarlijke boon 

 

 

De afgelopen twintig jaar heeft het gebruik van soja een enorme opmars gemaakt in Europa. Alom verschijnen er publicaties over de gunstige effecten die het gebruik van soja op je gezondheid zou hebben. Soja werd binnen afzienbare tijd ook neergezet als de gedoodverfde vleesvervanger en door het gebruiken van soja zou je zelfs milieubewust bezig zijn.

Een ideaal product, het perfecte eiwit, soja een wonderlijke boon?  

 

De sojaboon komt oorspronkelijk uit de oriënt. Het wordt daar al duizenden jaren gebruikt, de vroegste datering stamt uit het jaar 2838 voor Christus. In campagnes, om de sojaboon aan populariteit te laten winnen, wordt dit detail steeds aangehaald om de mensen wijs te maken dat de boon dus al duizenden jaren wordt verbouwd en gegeten. Niets is minder waar! Sojabonen werden tot circa dertig jaar geleden in de ruwe vorm nog als oneetbaar beschouwd zelfs in Azië waar de boon toch vandaan komt. Sojaplanten werden in China juist gebruikt om het land te bemesten. Soja is in ruwe vorm namelijk niet eetbaar maar juist zeer giftig. Het moet eerst uitgebreid bewerkt worden door middel van een industrieel proces, alvorens dat de boon als eetbaar beschouwd kan worden. 

 

Dit neemt niet weg dat soja al wel geruime tijd wordt gegeten in Azië. Alleen is dit wel de gefermenteerde vorm. Deze gefermenteerde vorm is eerst uitgebreid bewerkt alvorens dat er tot daadwerkelijke consumptie kan over gegaan worden. In Azië is het ook meer gebruikelijk om soja naast vlees of vis te eten, niet als vervanging voor vlees zoals dat in de westerse wereld wel gedaan wordt. Zoals wij hier in Europa soja gebruiken en eten is niet zoals het gebruikelijk is in Azië. 

 

In Europa wordt soja hoofdzakelijk gebruikt voor veevoer en olie. Vanwege de explosieve vraag naar vlees en de daardoor enorme expansie van de bio-industrie wordt er steeds meer soja geïmporteerd. Dit is ondertussen op jaarbasis al zo’n 39.000.000 ton soja! Nederland is na China de grootste importeur van soja ter wereld. Circa 90% van de Nederlandse invoer van soja wordt gebruikt voor veevoer. De overige 10% wordt voornamelijk verwerkt tot olie.  

 

Je vindt soja of soja extracten terug in allerlei producten. In levensmiddelen zoals chocolade, deegwaren, margarine, sauzen, vitamineproducten en ga zo maar door. Daarnaast wordt soja ook nog eens gebruikt in allerlei industriële producten zoals lijm, verf, cosmetica, brandblusmiddelen, drukinkt enzovoorts.Nu is het voor ons de consument niet altijd zichtbaar dat er soja in een product verwerkt zit. Dit omdat de soja olie valt onder de noemer plantaardige vetten en oliën, en bepaalde soja extracten onder de E nummers. Je krijgt dus veel meer soja binnen dan dat je in eerste instantie zou denken. 

 

Maar is soja nu echt zo goed voor je als dat men ons wil laten geloven? Soja wordt geassocieerd met vele gezondheidsclaims. Zo zou het preventief werken tegen hart en vaatziektes, het zou de kans op kanker verlagen, het bevat geweldige eiwitten, het zou vet en cholesterol vrij zijn, het zou bij mannen de kans op kaalheid verminderen, als vleesvervanger zou het ook nog eens minder milieubelastend zijn en ga zo nog maar even door. Internationale adviesorganen en voeding- en geneesmiddelenautoriteiten zijn al jaren lyrisch over soja, promoten het gebruik alom en schrijven het allerlei positieve effecten op de gezondheid toe. Nu is het ook wel zo dat er bepaalde nutriënten in soja zitten. Soja olie bijvoorbeeld zorgt voor essentiële vetzuren, eiwitten en de acht essentiële aminozuren. Essentieel wil zeggen dat het menselijk lichaam die voedingsstoffen nodig heeft maar ze zelf niet aan kan maken.  

 

Soja bevat echter ook veel stoffen die juist een negatief effect op onze gezondheid hebben. Een van deze zogenaamde antinutriënten blokkeert de werking van trypsine, een stof die nodig is voor de opname van eiwitten. Ook bevat soja de stof lectine, deze stof maakt het voor de darmen moeilijker om belangrijke bouwstoffen zoals vitamine A, D, E en B12 uit onze voeding op te kunnen nemen. Sojabonen bevatten ook grote hoeveelheden fytaatzuur, deze stof remt de opname van calcium, magnesium, koper, ijzer en zink. Soja bevat ook nog eens hoge waarden aluminium, wat een snellere veroudering van de hersenen tot gevolg kan hebben. Haemagglutinine is een stof dat in sommige bonen voorkomt maar vooral in soja, dit is een stof die rode bloedcellen kan doen samenrollen, zodat deze minder zuurstof kunnen transporteren naar de organen en weefsels in ons lichaam. Er zitten ook nog grote hoeveelheden fyto-oestrogenen in soja verschillende studies zijn niet eenduidig over het effect van deze hoeveelheden hormonen op ons lichaam.Nu is dit ook gelijk een van de problemen, verschillende studies wijzen steeds andere dingen uit.  Doch is het wel zo dat soja in gefermenteerde vorm, tempé en miso, minder schadelijke stoffen voor je lichaam bevat dan in ongefermenteerde vorm, sojamelk en tofu.  

 

Het argument dat soja minder milieubelastend zou zijn is ook snel onderuit te halen. Vanwege de explosieve vraag naar soja moet er steeds meer soja geproduceerd worden. Om deze productiegroei mogelijk te maken worden miljoenen hectares regenwoud en savanne gekapt. Tussen 2003 en 2005 werd al 70.000 km2 van het Braziliaanse amazonewoud ontbost. Geschat wordt dat als de uitbreiding van de sojateelt zo doorgaat tegen 2020 bijna 22.000.000 hectare savanne en tropisch bos in Brazilië, Bolivia, Paraguay en Argentinië verdwenen zal zijn. En dit noemt men dan minder milieubelastend? En dan moet het nog vervoerd worden naar de importerende landen. De groei van de sojaproductie in Argentinië, Brazilië, Bolivia en Paraguay wordt extra gestimuleerd door het IMF en de Wereldbank. Deze landen hebben geld geleend van deze organisaties en worden nu de neoliberale vrijhandel opgedrongen om maar hun schulden terug te kunnen betalen.  

 

De sojaboon is ook vaak in opspraak vanwege genetische modificatie. Genetisch gemodificeerde soja is bijvoorbeeld Roundup Ready soja, deze soja is dusdanig gemodificeerd dat het bestand is gemaakt tegen het onkruidbestrijdingsmiddel Roundup. Roundup is een bestrijdingsmiddel dat al het levende in de besproeide gedeeltes laat afsterven, zonder dat de teelt van de soja hierdoor in gevaar komt. Het bedrijf dat Roundup op de markt brengt, Monsanto, beweert dat omdat er hierdoor alleen Roundup gebruikt hoeft te worden dat er dus minder pesticiden nodig zijn. De praktijk heeft echter al uitgewezen dat door het gebruik van Roundup juist veel meer pesticiden gebruikt moeten worden. Het gevaar hiervan is dat onkruiden juist snel resistent zullen worden voor het product Roundup, wat juist zal leiden tot het gebruik van nog meer en nog krachtigere bestrijdingsmiddelen. Er wordt beweerd dat deze middelen geen negatieve gevolgen hebben voor onze gezondheid, maar een stof dat alle planten en insecten laat afsterven in de nabije omgeving, zou dit dan echt geen effect op onze gezondheid hebben? 

 

Boeren die soja verbouwen worden ook steeds afhankelijker gemaakt van 1 multinational, Monsanto, omdat ze jaarlijks zowel het zaad als het bestrijdingsmiddel bij dit bedrijf moeten kopen. Het Amerikaanse bedrijf Monsanto, ’s werelds grootste landbouw en technologie multinational, is verantwoordelijk voor de productie van 90% van de genetisch gemanipuleerde gewassen in de wereld. Doordat Monsanto een patent heeft op deze genetisch gemanipuleerde gewassen zijn de boeren verplicht zich aan de regels van Monsanto te houden. Ieder jaar opnieuw moeten ze duur zaad bij Monsanto kopen. Als door kruisbestuiving genetisch gemanipuleerde gewassen op de grond van andere boeren terecht komt, zonder dat zij hierom gevraagd hebben of dit willen, moeten deze boeren ook betalen aan Monsanto. Doen ze dit niet dan worden zij aangeklaagd. Als Monsanto vermoedt dat boeren met wie ze een contract hebben afgesloten dit contract schenden worden ze aangeklaagd. In het Witte Huis laat Monsanto zijn invloed gelden door intens lobbywerk. De voormalig advocaat van Monsanto stapte over naar de FDA, de Amerikaanse instantie die gaat over de voedselveiligheid. Onmiddellijk werden er een heleboel belangrijke beslissingen genomen om transgene voedingsmiddelen en planten toe te laten. Toen dat geregeld was ging de jurist gewoon weer bij Monsanto aan de slag.

 

Monsanto vergroot zijn monopolie op de sojamarkt ieder jaar weer. Doordat 1 multinational zo’n groot gedeelte van de markt in handen heeft, krijgt een select groepje mensen steeds meer geld en geld betekent macht. Organisaties als de EFSA eten uit de hand van deze groep mensen en zal ook steeds positieve adviezen geven over het gebruik en de import van genetisch gemodificeerde gewassen ook al is het niet bewezen dat deze producten inderdaad in orde zijn. 

 

Het vreemde is dat Europa het helemaal niet nodig heeft om zoveel soja te importeren. Het is heel goed mogelijk om veevoer in Europa te produceren. Erwten, klaver en lupine bevatten namelijk ook de noodzakelijke eiwitten. Er bestaat ook nog eens een graanoverschot van 20.000.000 ton dat nu uit de EU wordt geëxporteerd, maar dat ook als veevoer gebruikt zou kunnen worden. Het landbouw Economisch Instituut heeft berekend dat Dieren nodig voor de huidige Europese vlees- en melkproductie kunnen worden gevoed zonder dat er daarvoor veevoer hoeft geïmporteerd te worden. Het probleem hiervan is dat het duurder is en de grote bedrijven die de markt in handen hebben willen natuurlijk wel zoveel mogelijk winst maken.

 De landen die worden uitgebuit voor de sojateelt worden steeds armer. Hun land steeds meer aangetast en vervuild door de sojateelt en het extensieve gebruik van bestrijdingsmiddelen. Wij Nederlanders worden voorgelogen dat soja goed zou zijn voor onze gezondheid en dat we door het gebruik van soja juist milieubewust bezig zijn. Er wordt ons verteld dat genetische modificatie niks bijzonders is en niks is om “bang” voor te zijn. Dit alles zodat bedrijven zoals Monsanto en bepaalde andere mogendheden steeds rijker kunnen worden.  

 

De sojaboon is inderdaad een wonderlijke boon te noemen.

 

 

VFN/GN

 

Nederland en de Bio Industrie

 

Aan het eind van de jaren '40 werd het een streven van de Nederlandse regering om voedsel goedkoop voor iedereen verkrijgbaar te laten zijn.

In de jaren '50 begon het duidelijk te worden dat de groei en intensivering van bedrijven onvermijdelijk was om aan een, door de welvaart toegenomen, vraag naar vlees te voldoen. De intensieve veehouderij oftewel de bio-industrie was geboren. De Nederlandse regering was van mening dat het het met de landbouw en veehouderij net zo moest verlopen als in andere industrieën. Mechanisatie in de veehouderij en landbouw werd gestimuleerd. De kleine bedrijven werden geliquideerd of gecumuleerd in grote industrieën.

Aan het eind van de jaren vijftig werd de Europese Economische Gemeenschap opgericht waardoor er een grotere afzetmarkt voor landbouw en vee producten ontstond. Schaalvergroting, mechanisatie, rationalisatie en specialisatie waren de kernpunten in deze tijd. Zo werden er regeringsmedewerkers op uitgestuurd om boeren te overreden van de zogenaamde noodzaak van schaalvergroting. Het devies van die tijd werd arbeidsrationalisatie, er moest in zo min mogelijke tijd zo veel mogelijk geproduceerd worden. De Nederlandse regering liet onderzoek doen naar hoe de landbouw en veehouderij moest worden veranderd om de productie zo veel mogelijk te kunnen vergroten. Er werden proefboerderijen opgericht waar wetenschappers studies en testen deden naar bijvoorbeeld het vergroten van het aantal biggen dat een zeug op jaarbasis kan werpen. Deze proefboerderijen bestaan heden ten dage nog steeds.

Er volgen de jaren daarop veel grote veranderingen binnen de veehouderij en de landbouw in Nederland. Na elders inspiratie op te hebben gedaan vindt de regering het economisch efficiënter om in Nederland een zogeheten "batterijsysteem" in te voeren. Kippen kunnen voortaan gehouden worden in kleine hokken op roosters. Daarna waren de varkens aan de beurt, ook zij kregen roostervloeren en zeugen werden voortaan aan de ketting vastgelegd. Dit om meer opbrengst per oppervlakte te genereren. Boeren kregen te horen dat als ze niet meededen aan de 'onontkoombare groei' ze het niet zouden gaan redden. Als ze wilden overleven, moesten ze maar mee werken. Alles stond in het teken van de economische vooruitgang, aan het welzijn van het dier werd nimmer gedacht.

Dieren worden in de bio-industrie als product gezien, er moet zo veel en zo snel mogelijk geproduceerd worden.Op arbeidskracht, grond en energie moet dus worden bezuinigd. Dieren worden binnen, in minimale ruimtes gehouden. De meeste verrichtingen in het proces, van het fokken tot en met de slacht, worden verricht door geautomatiseerde machines zoals kuikensorteerders, melkrobotten, lopende banden, kuikenvegers, slachtmachines enz. Om te voorkomen dat de dieren elkaar schade toebrengen door onderlinge agressie, opgewekt door frustratie en verveling, worden ze afgestemd op hun omgeving. Tanden, lellen, snavels, staarten en hoorns worden zonder enige vorm van verdoving afgeknipt of zelfs weggebrand.

De levensduur van de dieren wordt aangepast, dieren worden speciaal doorgefokt op snelle groei. Hierdoor wordt het mogelijk meer dieren per jaar te slachten.

Door deze extreem snelle groei krijgt het dier veel last van gezondheidsproblemen. Menig dier haalt de slachtleeftijd niet, maar dat wordt als economisch aanvaardbaar beschouwd.

Verontrustend is het gebruik van grote hoeveelheden antibiotica. Dit medicijn komt boeren goed van pas, want het middel werkt zowel groeibevorderend als virusremmend. Naar schatting wordt jaarlijks in de Nederlandse veesector 400.000 kilogram antibiotica gebruikt. Deze antibiotica komt in het eindproduct, en op die manier uiteindelijk bij de consument terecht. Ook het voer van de dieren word kunstmatig samengesteld om een zo snel mogelijke groei te bevorderen. Goedkope grondstoffen worden uit Derde wereldlanden geïmporteerd om een zo 'efficiënt' mogelijk voer te construeren.

In Zuid-Europese landen is het mogelijk om de dieren enkele centen goedkoper te laten slachten, veel dieren worden hierdoor dus op transport naar het buitenland gezet. Dagenlang zitten ze opgesloten zonder enig voedsel of water. Als bij de geboorte blijkt dat een dier niet genoeg op zal kunnen brengen, wordt het dier per direct afgemaakt. In de huidige wetgeving wordt dan ook niet meer over dieren gesproken, maar over producten en kilo's per vierkante meter.

Enkele voorbeelden van de grove dierenmishandeling die plaats vindt binnen de Bio Industrie:

Kuikens

Tienduizenden mest- of vleeskuikens worden bij elkaar in een stal gegooid. In het begin hebben ze nog wel enige ruimte om 'rond te lopen', maar kuikens groeien snel, de beperkte ruimte die ze hadden is dan ook snel weg. Als de kuikens zes weken oud zijn, zijn ze 'rijp' voor de slacht. Zogeheten kippenvangers grijpen de kuikens en proppen ze in kratten. Dit gebeurt zo hardhandig dat vele kuikens bot- en vleugelbreuken oplopen bij dit proces. Als de krat gesloten wordt zitten veel van de kuikens vaak met een pootje of vleugel tussen de klep van het krat en de krat zelf. De kratten met kuikens worden in vrachtwagens geladen en op transport gezet. In het slachthuis aangekomen worden de kuikens gelost op een lopende band. Deze lopende band brengt ze naar een plek waar ze handmatig met hun pootjes in haken op de kop opgehangen worden. De kuikens gaan met hun kop door een bad dat onder stroom staat, de sterkte van deze stroomstoot is zeer laag, waardoor vele dieren niet voldoende worden verdoofd. Vervolgens worden de kuikens langs een ronddraaiend mes geleid, waar hun hals word doorgesneden. Als de hals van een kuiken niet voldoende doorgesneden is wordt het 'werk' handmatig afgemaakt.

Kalveren

Kistkalveren worden na hun geboorte in een kist geplaatst, waarin ze zo min mogelijk kunnen bewegen. Dit zodat de kalveren zo weinig mogelijk spierweefsel aan kunnen maken. Het kalf drinkt nooit melk bij de eigen moeder, maar krijgt twee keer per dag een emmertje kunstmelk. De kunstmelk bevat weinig ijzer, een voedingsstof die nodig is om de gezondheid van het kalf te garanderen. Doordat de kalveren te weinig ijzer binnenkrijgen, krijgen ze last van bloedarmoede. Door deze bloedarmoede wordt hun vlees niet rood maar blijft het wit. Omdat dit witte vlees meer geld opbrengt worden deze kalveren expres ziek gemaakt.

Eenden

Eenden worden opgesloten in individuele kooien en ganzen worden opgesloten in kleine gezamenlijke ruimtes. Ze krijgen twee (eenden) of drie (ganzen) keer per dag een 30 centimeter lange trechterbuis in hun strot geduwd, waar het dier door middel van een maalsysteem tot 1 kilo maïspap in de maag gebracht krijgt. Er is nog een andere manier van voeren waarbij enkele malen per dag via een keelbuis met luchtdruk deegballetjes gedrenkt in melk of olijfolie, of met graan en vet in de maag van het dier 'geschoten' wordt. Daarnaast krijgen de ganzen en eenden gezouten drinkwater zodat de dorst opgewekt wordt. Door al deze ingrepen wordt het mogelijk gemaakt dat de lever een abnormale groei doormaakt.

Dit zijn slechts enkele schrijnende verhalen over hoe dieren misbruikt en mishandeld worden door de bio industrie, ieder dier heeft zo zijn eigen lijdensweg.

Overproductie

Door de vele maatregelen die worden toegepast in de bio-industrie is Nederland het meest veedichte land ter wereld geworden. Jaarlijks worden er zo'n 450.000.000 dieren 'geproduceerd' in de Nederlandse bio-industrie. Nederland exporteert daarvan dagelijks 1.000.000 stuks pluimvee en per week 20.000 levende varkens en 60.000 biggen. Per jaar verlaten ongeveer 5.200.000 landbouwhuisdieren levend Nederland. Dit ten eerste omdat het slachten in het buitenland een paar cent goedkoper is. Ten tweede omdat de exportlanden er de voorkeur aan geven om zelf de dieren te slachten.

Het Nederlandse bedrijfsleven geeft op jaarbasis circa 250.000.000 Euro uit voor promotie van de Nederlandse landbouwexport, dit bedrag is het hoogste in de EU. De hoogte van dit bedrag is logisch te verklaren als je de miljoenen winst ziet die deze bedrijven per jaar maken. Nederland is een van de grootste exportlanden van vlees ter wereld.

 

VFN/GN