Home De Sociobiologische wetenschap

De Sociobiologische wetenschap

 

In het begin van deze eeuw waren er biologen die ervan overtuigd waren dat natuurlijke selectie niet alleen resulteert in een evolutie van anatomische en fysiologische eigenschappen, maar dat hierin ook de oorzaak ligt voor de ontwikkeling van cultuur en maatschappij. Dit leidde tot het idee het sociaal-darwinisme. Het concept van deze theorie luidde: verschillen tussen individuele mensen en groepen ontstaan gestuurd door natuurlijke selectie; natuurlijke selectie is het mechanisme dat nationaal gezien leidt tot het ontstaan van verschillende sociale klassen en internationaal gezien leidt tot economische, militaire en sociale machtsverschillen. Men kan moeilijk ontkennen dat er biologische fundamenten zijn voor sociaal gedrag. Er zijn aantoonbare biologisch bepaalde driften die ten grondslag liggen aan communicatieve gedragingen als vriendschap, sexualiteit, het opvoeden van kinderen, incestbarrières, altruïsme of de omgang met vreemdelingen. Gedragscodes op deze terreinen gelden voor alle mensen, ongeacht hun culturele achtergrond en deze inzichten leidden tot de opvatting dat culturele evolutie een biologische basis heeft. Dit idee vormt het uitgangspunt van de sociobiologie.

 

Edward 0. Wilson die beschouwd wordt als de grondlegger van de sociobiologie, definieert deze tak van wetenschap als volgt: sociobiologie is de systematische studie van de biologische basis van alle vormen van sociaal gedrag bij alle diersoorten evenals de mens. De mogelijkheid tot vorming van een cultuur is gegeven door het menselijke vermogen te leren, intelligentie of verstand is een voorwaarde. Op die manier maken mensen zich gedrag en kennis eigen. Mensen hebben inzicht in eigen levensbehoeften en lichamelijke mogelijkheden en beperkingen. Mensen zijn zo in staat hun omgeving zo goed mogelijk aan te passen aan hun behoeften.

 

De mens heeft in de culturele evolutie het doelgerichte denken ingebracht. Hierin ligt de oorzaak voor het snelle verloop van de culturele evolutie. De mens kan hier zelf sturen, daardoor zijn mensen in staat onder zeer verschillende omstandigheden te leven. Tot op zekere hoogte kunnen wij de eigen omgeving aan onze wensen aanpassen. Al die adaptieve kennis is overdraagbaar via communicatieve vaardigheden als nabootsing, taal, onderwijs. Culturele adaptatie wordt daardoor niet beperkt doorgegeven, zoals biologische mutaties alleen worden doorgegeven aan het nageslacht, maar kan ook aan niet-bloedverwanten, niet-volksgenoten, niet-tijdgenoten worden overgedragen. De sociale structuren zijn daardoor complexer, er is een bewustzijn dat uitstijgt boven de biologische fixatie op bloed-verwantschap: een besef van verbondenheid, ook tussen volslagen vreemden. Anders geformuleerd: biologische eigenschappen worden lineair doorgegeven, culturele eigenschappen horizontaal. De mens beschikt zo over twee overerfbare informatiesystemen: een genetisch systeem voor biologische eigenschappen en een extragenetisch systeem voor culturele eigenschappen.

 

Zo'n tienduizend jaar geleden is onze culturele evolutie in een stroomversnelling geraakt. De mens is sindsdien van een jagers- en verzamelaarsgemeenschap uitgegroeid tot de metropoliet van deze tijd. Biologisch gezien hebben we gedurende diezelfde periode geen waarneembare veranderingen doorgemaakt.
Er is dus aan de ene kant een groot verschil tussen culturele en biologische evolutie. De eerste is doelgericht en wordt door de mens gestuurd, de tweede berust op toevallige omstandigheden en selectie. Maar aan de andere kant, culturele evolutie is wel noodzakelijk verbonden met biologische evolutie, want deze is afhankelijk van biologisch bepaalde menselijke vermogens als zintuiglijke waarneming, neurale integratie, geheugen, leervermogen, bewustzijn, intelligentie, taal. Het zijn deze verbindingen die de sociobiologie wil opsporen en inzichtelijk maken. De vraagstelling van de sociobiologie is dus: hoe hecht is culturele evolutie verbonden met biologische evolutie? In hoeverre is culturele evolutie gefundeerd in, gestructureerd en gestuurd door biologische evolutie? Daarmee is meteen een belangrijke karakteristiek van de sociobiologie gegeven: deze bouwt voort op het gedachtegoed van de klassieke evolutieleer en wordt beschouwd als een moderne pendant hiervan. Binnen de sociobiologie gelden dan ook dezelfde paradigmata als in het algemeen voor de evolutietheorie: adaptatie, natuurlijke selectie, overlevingskansen en voortplantingssucces. Het is een wetenschap waarbij biologie, sociologie, antropologie en psychologie geïntegreerd worden. Het is een consequente toepassing van de evolutietheorie op alle aspecten van het menselijk bestaan.

 

Sociobiologie ziet gedrag, voorwaardelijk voor communicatie en cultuurvorming, als een complex van eigenschappen die een individu en de soort voordeel of nadeel kan opleveren m.b.t. overlevingskansen en voortplanting. Ook gedrag is gevormd onder invloed van selectiedruk. Alleen adaptief gedrag wordt bevoordeeld.

VFN